Linda

Linda een vriendelijke en nieuwsgierige advocaat die sport om fit te blijven.

Sporten… het is niet haar grootste hobby, bekent ze. Linda is advocaat, heeft een eigen zaak en houdt van reizen, etentjes met vrienden, wandelen en ze sport omdat het goed voor haar lichaam is. “Ik heb het idee dat als ik sport ik dan ook fitter en actiever ben. Maar soms geef ik er geen prioriteit aan.” Tijdens de Marathon Eindhoven vertelt ze over sporten, haar keuze om advocaat te worden en voor zichzelf te beginnen, en over die ene keer dat ze iemand moest verdedigen en daar toch wel slapeloze nachten van had.

Nee, een echte hardloper is ze niet. Zo af en toe een rondje Karpendonkse Plas, maar de laatste keer is toch al gauw een paar maanden geleden. Wel liep ze een keer de halve marathon dat was in 2007. Daar trainde ze hard voor. Ze trainde bij twee loopgroepjes en nam er zelfs middagen vrij voor. Dan ging ze naar haar ouders en fietste haar moeder met haar mee. “Ik had geen idee van afstanden dus dat hield mijn moeder bij met haar kilometerteller. En het was gezellig.” Tegenwoordig zijn het de crosstrainer van de sportschool, af en toe een groepsles en veel wandelen in haar pauzes, en af en toe een fikse boswandeling, die haar fit houden. “Ik denk ook dat wandelen beter voor mij is dan rennen.”

Linda heeft andere interesses. Zo pluist ze graag dingen tot op de bodem uit. Die nieuwsgierigheid had ze als puber al. “Als er dan in de krant iets stond over een gevecht op het Stratumseind dan was ik altijd zo benieuwd. Waarom begaat iemand een strafbaar feit? De media belichten verhalen vaak eenzijdig. Ik ben benieuwd naar de persoon achter de daad. Dat vind ik ook nog steeds interessant in mijn vak. Ik hoor het verhaal erachter en ik leer de verdachte kennen. Ik vind het belangrijk dat iemand een eerlijke verdediging krijgt. En een passende straf als hij het ook echt heeft gedaan. Ik zeg altijd ‘ik verdedig niet de daad maar de persoon’.”

Ze noemt zichzelf zo’n typische rechtenstudent. Het is niet zo dat ze altijd al advocaat wilde worden: “Ik was iemand die niet precies wist wat ze wilde dus ben ik rechten gaan studeren, want daar kun je nog alle kanten mee op.” Na haar studie koos ze voor de advocatuur en werd ze advocaat stagiair bij een kleiner advocatenkantoor in Helmond. Daar deed ze ervaring op met alle soorten van recht: echtscheidingszaken, faillissementen maar ook strafzaken. “Ik vind het vooral belangrijk om mensen te helpen. Voor mij geen commerciële setting, waar het draait om hoge uurtarieven en declarabele uren. Gewoon mensen helpen met alledaagse problemen.”

Als je rechten hebt gestudeerd kun je kiezen voor het bedrijfsleven of voor de advocatuur. Je kunt na je studie direct een verzoek indienen tot beëdiging als advocaat. Je volgt dan een driejarige beroepsopleiding bij een advocatenkantoor onder supervisie van een patroon, een ervaren advocaat, legt Linda uit. Het eerste jaar ga je een dag in de week naar school en het tweede en derde jaar volg je cursussen. Al vrij snel had ze een afspraak met haar eerste cliënt; een echtscheiding. Onder toeziend oog van haar patroon, bereidde ze de zaak tot in de puntjes voor. “Dat ging eigenlijk heel goed. Het was ook mijn eerste zitting. Daarna volgde een asielzaak. Ook spannend. Als beginnend advocaat was mijn grootste angst dat de rechter mij vragen ging stellen waar ik het antwoord niet op zou weten maar dat gebeurde niet. Het ging echt goed.”

Bij het Helmondse advocatenkantoor werkte ze zes jaar met veel plezier. Toen besloot ze naar een kantoor te gaan dat alleen strafzaken deed. Twee jonge advocaten, die net voor zichzelf waren begonnen, vroegen haar bij hun te komen werken.

“Het was een moeilijke keuze maar na zes jaar was het tijd voor iets anders.” Ze werkte er twee jaar en die waren hectisch. Geen tijd voor haar eigen dingen, zelfs de jaarlijkse vaccinatie voor haar kat schoot erbij in. “Het bracht me zelfs zover dat ik ging twijfelen of ik nog wel verder wilde als advocaat.” Ze besloot te stoppen bij de twee mannen en nam een paar maanden tijd voor zichzelf. Om alles op een rijtje te zetten en de dingen te doen die waren blijven liggen. Dat ze advocaat zou blijven, werd haar wel duidelijk. Na drie maanden besloot ze weer in dienst te gaan bij een advocatenkantoor die haar in haar eerste vrije week al een baan had aangeboden.

Toch bleef het kriebelen, Linda wilde eigenlijk, als dochter van een ondernemer, altijd al voor zichzelf beginnen. Ook haar nieuwe werkgever wist ervan. Na twee jaar maakte ze samen met Nancy, een advocaat die ze kende van haar eerste kantoor, de stap. Nu zijn ze al zo’n dikke vijf jaar zelfstandig. “We hebben er allebei nooit spijt van gehad, onze samenwerking is uitstekend. In het begin waren we bang dat het onze valkuil zou zijn dat we allebei hetzelfde karakter hebben. We zeggen allebei niet snel nee, wij zijn geen harde zakenvrouwen.” Het werkte wel, na vijf jaar hebben ze nog nooit onenigheid gehad en ze hebben zelfs een luxepositie: ze kunnen selectief zijn in de zaken die ze aannemen. Dat ‘nee’-zeggen hebben ze door de jaren wel geleerd. “Soms heb je van die zaken die je gewoon zoveel energie kosten. Als je je cliënt echt achter de vodden aan moet zitten bijvoorbeeld.” Als ze het nu niet zien zitten met een cliënt zeggen ze “nee”.

Slapeloze nachten, tegenwoordig heeft ze die niet meer. Je ontwikkelt een soort zakelijkheid, vertelt Linda. Maar haar eerste echte moordzaak is haar altijd bijgebleven. Een zaak waar ze wel slapeloze nachten van kreeg. “Ik verdedigde een meisje die een aantal jaar jonger was dan ik. Ze werd ervan verdacht haar vriendje om het leven te hebben gebracht. Het was niet een criminele afrekening maar gewoon een jonge meid.” Linda’s aangeboren nieuwsgierigheid maakte dat ze zich helemaal inleefde in het stel en de Facebookpagina van het vriendje bekeek waar ze foto’s van hem en zijn familie zag. “Gewoon een leuke jongen. Ik heb er echt van gedroomd.” Wat ze het ergst vond was dat dat meisje de rest van haar leven moest leven met het feit dat ze die jongen om het leven had gebracht. Want dat had ze wel gedaan, na een uit de hand gelopen ruzie. Linda deed een beroep op zelfverdediging. En bereidde haar cliënte zo goed mogelijk voor op de verhoren. “Er zijn toen ook reconstructies gemaakt. Dat komt echt allemaal heel erg nauw. Ze heeft volgens mij uiteindelijk acht jaar gekregen. Ik kon die zaak prima doen. Maar door die slapeloze nachten merkte ik dat het meer met me deed dan ik dacht.”

Linda heeft door de jaren heen een balans gevonden tussen hard werken en ontspanning. Hardlopen is het niet voor haar, maar ze heeft wel een band met rennen. Elk jaar moedigt ze de lopers aan en dan denkt ze terug aan de keer dat ze zelf de halve liep en de keren dat ze meedeed aan de estafettemarathon. “Iedereen ziet af en dan is het gewoon fijn om een aanmoediging te krijgen, lijkt me.”

 

Met dank aan Corine Spaans voor tekst en fotografie!