Lydie & Moniek

Agentes en hardloopsters Lydie en Moniek zijn verschillend en hetzelfde.

Ze zijn politieagentes, vriendinnen en houden allebei van hardlopen. Krachtig en stoer zijn ze en ze weten wat ze willen. De een is wat kleiner, peziger en rustiger, de ander wat groter, forser en explosiever. Lydie loopt altijd op gevoel en over onverharde paden. Moniek rent altijd met horloge en over de weg, een “luie loper” zoals ze zichzelf noemt. Aan Lydie’s eettafel vertellen de dames over hun vriendschap, voetballen, de processen die je doormaakt als je tot het uiterste gaat en over hun mooiste hardloopherinnering.

Ook al werken ze ieder in een andere wijk, ze zien elkaar veel op het werk. “Als we tegelijk beginnen, dan kleden we ons samen om. Onze kastjes zitten naast elkaar”, vertelt Moniek, “Of net zoals gister dan doe ik mijn ding en zij haar ding, maar we zoeken elkaar toch altijd wel weer op. Ik kan mijn verhaal kwijt bij Lydie. Het klikt gewoon heel erg goed, ondanks dat we best wel heel erg verschillend zijn in sommige dingen.”

“Kijk maar naar hoe we lopen”, gaat Moniek verder. “Lydie noemt mij een explosieve loper. Ze vindt eigenlijk dat ik helemaal geen lopersfiguur heb.” Lydie moet lachen. Moniek: “Zij zegt: jij bent meer van dat explosieve sporten, crossfitten bijvoorbeeld. We hebben een keer een run samen gelopen maar dat is niet leuk. Lydie is qua niveau veel hoger dan ik.”

Ooit voetbalden de dames. Lydie speelde in haar tijd in het Nederlands elftal en had een contract klaar liggen om naar Amerika te gaan. Tijdens een interland scheurde haar voorste kruisband af. Dat was in 1991. Het duurde drie jaar voor ze weer een stukje kon hardlopen. “Ik heb nooit meer gevoetbald. En wat doe je in zo’n revalidatieproces? Fietsen en heel veel oefeningen met knieën. Toen ben ik overgestapt op de triatlon. Dat is het eerste wat ik kan en mag. Van de triatlon ben ik op de adventure races gekomen.”

Voor die races reisde ze de hele wereld af: Marokko, Nieuw-Zeeland, Australië, Nepal en Tibet. Een raceteam bestaat uit vier personen onder wie er eentje van het andere geslacht moet zijn. Alle outdoor sporten komen voorbij, afhankelijk van het land: kanoën, bergbeklimmen, hiking, legt Lydie uit. “In Marokko zat er kameel rijden bij. En paardrijden op Arabiertjes.” Een team stippelt samen een route uit over een traject van zo’n vier- vijfhonderd kilometer. Tijdens de tiendaagse tocht gebruikt een team alleen kaart en kompas. “Je neemt ook zelf eetpakketten mee. Op wisselpunten kun je van spullen wisselen en bijvoorbeeld cola drinken.” Vier keer deed ze mee, drie keer was zij de enige vrouw en een vierde keer was er een man.

Haar mooiste ervaring is de race met drie vrouwen en een man, in Nieuw-Zeeland. “Je komt je zelf altijd een keer tegen. Ook degene die van te voren altijd het sterkst is. Je eet anders en slaapt slecht. Het gaat niet op snelheid en kracht, dat houd je geen tien dagen vol. Er komen andere dingen bij kijken en iedereen heeft een zwak moment. Vrouwen gaan daar onderling makkelijker mee om dan dat je haantjes gedrag hebt.”

“Je gaat zo diep dat je echt niets kunt verbergen. De een wil doorgaan en zo snel mogelijk finishen. De andere denkt: als ik hem uitloop dan ben ik al tevreden. Wanneer ga je stoppen, kan er eentje nog wel door of is die helemaal over zijn grens gegaan. Er komen echt heel veel items bij kijken. Dat vormt je wel.”

Moniek: “Dat heb ik met Peter (een collega red.) ook gehad, tijdens een mini adventure run. Ik ben zo’n type dat door gaat tot het gaatje. Als eerste zo snel mogelijk over die finish willen komen. Daar laat ik veel voor varen. Als Peter wilde rusten en eten, dan zei ik: ‘Eet maar gewoon in de kano dat kun je ook gewoon tijdens het sporten.’ Die zegt nou ook tegen andere mensen: ‘Die Moniek die is niet normaal zo fanatiek.’”

“Dat is ook het verschil tussen ons want ik loop altijd met een horloge ik ben altijd bezig met prestatie en op tijd verbeteren en op tijd lopen”, gaat Moniek verder, “Lydie loopt altijd op gevoel. Ze zegt dat ik dat ook moet doen.” Lydie roept vanuit de keuken: “Maar dat lukt nog niet.” Moniek grappend: “Misschien over zeven jaar, als ik dezelfde leeftijd heb als Lydie nu heeft.”

Lydie: “Ik heb niet altijd op gevoel gelopen, hoor. Er waren ook echt wel serieuze trainingsschema’s zeker in mijn triatlontijd. Maar daar was ik op een gegeven moment echt helemaal klaar mee. Toen ben ik voortaan gaan luisteren naar mijn lijf.” Moniek: “Ik loop altijd met schema’s en tijd.” Lydie: “Die kan ook echt helemaal in paniek raken als ze het niet haalt. ‘Ik loop twee seconde er onder’, dan zeg ik: ‘Loslaten.’”

Omdat het voetballen voor Moniek moeilijk te combineren was met haar onregelmatige diensten, stopte ook zij uiteindelijk. “Ik vind dat de beste in het veld moet staan en dat je moet presteren. Bij ons was het zo dat als je niet kon trainen je zondags op de reservebank zat. Terwijl het mij meer moeite kostte om te komen trainen dan iemand die gewoon op school zat. Ik vond dat je ook moest kijken naar de moeite die iemand ervoor doet. Dus op een gegeven moment ben ik gestopt. Ook vanwege de nachtdiensten. Soms kwam ik uit de nachtdienst en kon ik een uurtje slapen of zelfs helemaal niet, en dan een wedstrijd voetballen. Als je jong bent dan kun je dat gewoon. Maar dat is niet vol te houden.”

Dus ging ze op zoek naar iets anders. “Ik heb altijd gezegd dat ik nooit ga lopen en fietsen, want dat doen oude mensen en dat is saai. Maar lopen is gewoon een hele makkelijke sport: je doet je schoenen aan en je gaat. Je bent van niemand afhankelijk en dat vind ik heel fijn.”

“Voor mij is hardlopen echt mijn uitlaatklep. Ik verwerk mijn dag als er heftige dingen zijn gebeurd bijvoorbeeld. Hardlopen maakt me rustig”, vertelt Moniek. Lydie vindt eigenlijk alle sporten wel leuk, behalve dansen, lacht ze. “Voor mij is hardlopen de basis van alle sporten. Het is altijd een onderdeel geweest van wat ik doe.” Lydie loopt het liefste met haar twee Rhodesian Ridgebacks, Noosa en Harvey. “Ik loop zelfs ‘dog survivalruns’ met ze.”

Wat hun mooiste hardloopherinnering is? Voor Moniek is dat haar eerste hele marathon: Rotterdam 2015. “Ik liep 3.55. En had daar helemaal alleen voor getraind. Dat vond het ik het mooiste van alles. Zelf een schema van internet gehaald, zelf de discipline opgebracht om vier keer in de week te lopen en twee keer in de week te crossfitten. In mijn eentje naar Rotterdam gegaan. Die laatste vier kilometer waren een hel maar als je dan binnenkomt. Dat was zo’n overweldigend gevoel.”

Lydie: “Voor mij is dat de 101 kilometer van Eiger. Ik vind het gewoon wel heel apart dat je na honderd kilometer nog steeds kunt hardlopen, bij wijze van dan. En in de bergen is dat natuurlijk echt iets anders. Er zitten veel wandelmomenten in. Bergaf kon ik alles hardlopen en ik ben hardlopend over de finish gekomen. Daar zaten Kari, André, Elke en Will die met zijn vieren mij middenin de nacht, om 1 uur, kwamen ophalen.”

Ook al lijken ze zo verschillend. Toch zijn ze ook hetzelfde. Dat zie je terug in hun werk. Moniek: “Als jij naar een melding gaat dan wil jij ook het onderste uit de kan halen. Dan denk je niet: als ik hier een beetje praat dan is het wel goed en gaan we verder.” Lydie: “Nee, ik heb er een hekel aan als ze me voor gek houden. Ik vind het niet erg als mensen iets niet willen vertellen, dan moeten ze dat gewoon zeggen. Ga geen zwetsverhaal ophangen omdat je een antwoord wilt geven op iets.” Moniek: “Je kan een melding op duizend verschillende manier oplossen. Maar als ik naar een melding ga dan wil ik voor degene het beste doen wat ik kan. En dat heeft Lydie ook.”

 

Met dank aan Corine Spaans voor fotografie en tekst!